Pesticiden met schadelijke effecten voor bijen gevonden in honing

dode honingbij

Op tal van plaatsen over de hele de wereld zijn sporen van pesticiden aangetroffen in honing. Het gaat om neonicotinoïden, een klasse landbouwbestrijdingsmiddelen die schadelijk is voor bijen. De gevonden concentraties worden onschadelijk geacht voor de mens.

Een Zwitsers-Frans onderzoeksteam analyseerde de gegevens van 198 honingmonsters die tussen 2012 en 2016 zijn genomen op alle continenten, met uitzondering van Antarctica. In driekwart van alle monsters werd de aanwezigheid van neonicotinoïden aangetoond. Neonicotinoïden zijn insecticiden die niet op gewassen worden gespoten, maar worden toegepast als coating van zaad. De werkzame stoffen worden opgenomen door de plant en komen terecht in stuifmeel en nectar, het voedsel van de bij.

De studie, die vandaag verscheen in Science, bevat geen metingen uit Nederland. Volgens de onderzoekers bleven alle concentraties onder de norm die de Europese Unie heeft gesteld voor menselijke consumptie. ‘Het effect van de gemeten concentraties neonicotinoïden in honing op mensen wordt als verwaarloosbaar beschouwd’, schrijven de auteurs. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gaf vanmiddag geen reactie op de publicatie. Schadelijke effecten zijn er wel voor bijen. De gevonden concentraties zijn gemiddeld zodanig dat ze van invloed zijn op het brein en het gedrag van de honingbij. Bijen gaan niet direct dood van ‘neonics’, zegt bijenexpert Koos Biesmeijer, hoogleraar natuurlijk kapitaal aan de Universiteit Leiden en wetenschappelijk directeur van Naturalis. ‘Studies tonen aan dat honingbijen die worden blootgesteld aan neonics korter leven en verdwalen. De effecten van ziekten kunnen erger worden door blootstelling aan deze stoffen’, aldus Biesmeijer, die niet betrokken is bij het onderzoek in Science.

De onderzoekers stellen dat de aanwezigheid van neonics in honing per continent verschilt. In Noord-Amerika gaat het om 86 procent van de monsters, in Europa 79 procent, in Zuid-Amerika 56 procent. Van alle honingmonsters bevatte 30 procent één enkele neonicotinoïde, 45 procent had er twee tot vijf. ‘Onze resultaten bevestigen dat bijen over de hele wereld worden blootgesteld aan neonicotinoïden. Het samengaan van deze stoffen met andere pesticiden kan de schade aan deze bestuivers vergroten’, aldus de onderzoekers. Biesmeijer noemt het slim van de onderzoekers om honing te gebruiken om te kijken in hoeverre bijen worden blootgesteld aan neonics. ‘Honing in een potje is meestal een mengsel van een groot aantal bijenvolken en geeft daarom een indruk van de aanwezigheid van deze stoffen in het landschap.’

Jarenlang was er debat over de schadelijkheid van neonicotinoïden, die werden geïntroduceerd in de jaren negentig. De bijenstand zou niet zozeer van deze middelen te lijden hebben, maar vooral van klimaatverandering, ziekten en versnippering van het leefgebied. Eerder dit jaar verschenen twee omvangrijke studies die bevestigden dat neonics wel degelijk bijdragen aan de achteruitgang van zowel wilde bijen als honingbijen.

 

Bron en foto: De Volkskrant, Cor Speksnijder

Dit vind je misschien ook leuk...