Onderzoek naar hoefaandoeningen bij paarden

De resultaten van het onderstaande onderzoek naar hoefaandoeningen bij paarden legt een relatie tussen de frequentie van uitmesten en rotstraal. Naast regelmatig uitmesten is het ook belangrijk de goede microklimaat te hebben in de stal. Een gezonde leefomgeving kunt u bevorderen door te sproeien met Microferm. Hiermee worden de ‘beschermende’ Effectieve Micro-organismen verspreid en krijgen schadelijk schimmels en bacteriën nagenoeg geen kans.

Kijk voor onze uitgebreide systeem voor paarden op onze site. Bekijk ook eens onze paardenkrant!

———————————————————————————————————————————————————————————————————————–

Wanneer paarden voor korte of langere duur te kampen hebben met hoefaandoeningen, is dat vaak een teleurstelling voor het bedrijf of de privé-eigenaar. Bovendien kan het ook financiële consequenties hebben. Toch is nog weinig bekend over het voorkomen van hoefaandoeningen bij paarden in Nederland en de invloed van verschillende managementfactoren. Daarom voerde de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in 2012, in samenwerking met de Faculteit Diergeneeskunde, een pilotonderzoek uit. De resultaten vragen om aanvullend onderzoek. Op dit moment is de GD nog op zoek naar financiers voor een vervolgonderzoek naar het voorkomen van hoefaandoeningen en de invloed van verschillende risicofactoren. Het onderzoek is uitgevoerd op 7 stallen in Nederland op het moment van regulier onderhoud door de hoefsmid. In totaal zijn 90 paarden onderzocht; dit waren allemaal KWPN-paarden in de leeftijd van 1 tot 18 jaar. De grootte van de bedrijven varieerde van 20 tot 100 paarden per stal. Het doel was om het voorkomen van hoefaandoeningen op stal- en op dierniveau in kaart te brengen. De paarden waren op het moment van onderzoek niet kreupel. Van elk paard zijn de vier hoeven door één getraind persoon gescoord na het verwijderen van de ijzers en het schoonmaken en bekappen. Bij deze scoring is gekeken naar conformatie, hoornkwaliteit en eventueel aanwezige aandoeningen. Aan het einde van elk bezoek is een enquête ingevuld over het type strooisel, de frequentie van het schoonmaken van de stallen, het type voer, krabben van de hoeven, enzovoorts.

Inschakelen hoefsmid zorgt voor minder problemen

Van de onderzochte paarden werd 57% op stro gehouden, 29% stond op vlas en 14% stond in een loopstal bedekt met (nat) zand. De frequentie van het bezoek door de hoefsmid varieerde van elke 6 à 8 weken tot 2 keer per jaar. Wanneer de hoefsmid vaak op bezoek kwam, was de kans op hoefaandoeningen en ongelijkheid van de hoeven duidelijk minder. Bij 72% van de paarden werden een of meer aandoeningen van de hoeven geconstateerd, met een gemiddelde van 1,3 aandoeningen per paard. Op alle bezochte houderijen zijn hoornscheuren aangetoond, dit betrof in totaal 31,1% van de paarden. In 71,4% van de gevallen ging het om oppervlakkige scheuren.

Effect van frequent uitmesten

Bij 7% van de paarden was sprake van een losse wand, vooral in combinatie met White line disease (WLD). WLD werd alleen gezien bij paarden op ijzers. Een holle wand is tijdens dit onderzoek niet waargenomen. Verder bleek dat 48% van de paarden rotstraal had, en dat de kans daarop groter was bij het minder frequent uitmesten van de stal en het gebruik van een zandbodem in plaats van stro of vlas. Straalkanker werd niet aangetroffen. Verder werden bij 13,3% van de paarden zoolkneuzingen gezien; deze kwamen minder vaak voor bij een zachtere kwaliteit hoorn. Bij 20% van de paarden werden groeiringen aangetroffen (13% recht en 7% divergerend).

Vervolgonderzoek

De resultaten van het pilotonderzoek geven slechts een eerste indruk van de hoefgezondheid van de Nederlandse paardenpopulatie. Aangezien veel paarden hoefaandoeningen lijken te hebben is het belangrijk om meer inzicht te krijgen in de invloed van verschillende managementfactoren. Daarnaast speelt er ook een economisch belang. Het zou goed zijn als er nog een vervolgstudie komt, waaraan meer bedrijven deelnemen. Als hierbij alle hoefsmeden op dezelfde manier middels een scorekaart diagnoses uitvoeren, en de registratie goed uitgevoerd wordt, kan deze monitoring in de toekomst mogelijk geautomatiseerd worden. Dat zou betekenen dat iedere stalhouder eenvoudig inzicht kan krijgen in de gezondheid van de hoeven van zijn paarden, zodat hij indien nodig samen met zijn adviseur(s) een effectief plan van aanpak kan maken.

bron: GD, 29/07/14

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie